Je bent maar zo sterk als je zwakste schakel

Veel van de hedendaagse trainingsschema’s en vooral dan trainingsprincipes beladen ons met de boodschap “you’re only as strong as your weakest link”. Dit is voor het grootste deel waar, maar men mag niet vergeten dat hierbij de nodige focus en mentale kracht gevraagd wordt om deze zwakte te verhelpen. Voor een krachtatleet ligt het doel erin om zijn competitie lift zo sterk mogelijk te maken. Overal zie ik tips en tricks voor atleten om met bepaalde ondersteunende oefeningen de big lift te verbeteren. Mensen vergeten dat dit maar tot op een bepaald punt effectief is.

 

Uit mijn ervaring zou ik deze “ondersteunende oefeningen” categoriseren als een puur fysiek doel. In de meeste gevallen zie ik atleten worstelen met de uitvoering van deze oefeningen en worden ze ervaren als saai en zelfs lastig om uit te voeren. De atleet is dus vaak niet gefocust om deze te doen. Hoe effectief kunnen deze ondersteuningen dan zijn?

 

Mijn mening vertelt me dat het meest belangrijke aspect op de weg naar sterker worden niet het perfecte trainingsschema of het perfecte genetische materiaal is. Het is de kracht van je eigen motivatie en vooral het onklopbare verlangen om beter en sterker te worden. Met andere woorden zouden we kunnen zeggen dat we meer een mentale uitdaging tegemoet gaan dan een fysieke. Uit eigen ervaring weet ik dat de atleet gefocust moet zijn en vooral de zin om te trainen moet bezitten om deze uitdaging aan te kunnen. Ik ken genoeg sterke atleten die zich elke dag moeten voortsleuren om toch maar te gaan trainen. Maar de sterkste die ik ken zijn diegene met de mentale motivatie en de hoogste graad van verlangen om steeds sterker te worden.

14793979_10209632271716224_948395156_n

Hoe kunnen we deze kennis nu op een simpele manier uitleggen en ervoor zorgen dat we onze zwakke schakels verbeteren? Om dit te illustreren maken we gebruik van een simpele rekenkundige bewerking. Laten we zeggen dat de opbrengst van een oefening die je doet om je lift te verbeteren als volgt wordt geschreven: AxB=C

 

A verteld ons hoe sterk de oefening gerelateerd is met de competitie lift. B is de energie en vooral de focus die de atleet in de oefening steekt. C is de uitkomst die ons verteld hoeveel sterker de atleet geworden is.

 

Wanneer de atleet dus een sterk gerelateerde oefening doet (hoge A), maar zeer weinig focus in de beweging steekt (lage B) is de kans groot dat deze niet veel sterker is geworden. Wanneer een atleet kiest voor een minder gerelateerde oefening maar toch nog steeds een ondersteunde (gemiddelde A), en zeer gemotiveerd is om deze uit te voeren (zeer hoge B), dan zien we in het eindresultaat een veel sterker atleet.

 

Het is dus veilig te stellen dat we eigenlijk maar zo sterk zijn als onze zwakste schakel. We kunnen niet verwachten dat we met een gekozen oefening die amper gerelateerd is tot de basisbeweging en zonder de nodige focus uitgevoerd, een optimaal resultaat verwachten.

 

Een voorbeeld hiervan kan een atleet zijn die een deadlift variant kiest om in zijn training te implementeren. Hij weet dat de startsnelheid van zijn deadlift de zwakste schakel is en gaat hiervoor een deficit deadlift kiezen om deze zwakte aan te pakken. Wanneer de atleet zijn deficit gepland heeft en net op deze dag zich sterk voelt zal het mindere gewicht van de deficit niet heel motiverend zijn waardoor de atleet met een slechte focus de beweging zal uitvoeren. Wanneer we echter de atleet laten werken met rekkers om zo de start van de beweging vlotter te laten gaan zal deze meer motivatie kunnen putten uit de gedachte dat hij nog steeds met zware gewichten zal kunnen trainen.

 

Zo zie je dat de fysieke training niet op de eerste plaats komt wanneer men als krachtatleet sterker wilt worden. De fysieke en mentale kracht gaan hand in hand om je doelen te bereiken. Om met de woorden van Ralph Waldo Emerson af te sluiten

Nothing great was ever achieved without enthusiasm.”